Dear visitor

It looks like you want to view this
website in a different language.

Please click here to view this website in English.
icon

 

De TBC-bacterie kan zich op veel verschillende plekken in lichaam nestelen, zoals in de lymfen, de nieren, de botten en de longen. Alleen longtuberculose kan besmettelijk zijn. Deze vorm van tuberculose komt in Nederland het meeste voor.

Als we willen bepalen hoe besmettelijk iemand met longtuberculose is (geweest) voor zijn of haar omgeving, dan zijn er drie belangrijke punten:

1. De patiënt

Dat je geïnfecteerd bent met longtuberculose, betekent niet direct dat je besmettelijk bent. Gemiddeld ontwikkelt 5-10 procent van de geïnfecteerde personen TBC, meestal binnen de eerste twee jaar na de infectie. Maar je kan ook later in je leven alsnog ziek worden. De TBC-bacterie kan namelijk tientallen jaren in een latente (slapende) vorm in het lichaam overleven en later weer actief worden.

Een TBC-patiënt is besmettelijk wanneer er afwijkingen zijn in de longen met een open verbinding naar de luchtwegen. We spreken dan ook wel van ‘open tuberculose’. Met de ademhaling kunnen dan bacteriën in minuscule druppeltjes (aërosolen) in de lucht worden verspreid. Vooral door krachtig hoesten en niezen kunnen veel bacteriën worden uitgeademd.

Besmetting kan alleen direct door de lucht plaatsvinden, als de ander de bacterie inademt. De bacteriën kunnen enige tijd in de ruimte blijven hangen, dit is afhankelijk van onder andere de ventilatie van de ruimte.Via bijvoorbeeld zoenen, seks, het delen van bestek en handen schudden is besmetting niet mogelijk.

2. Het contact

Hoe groot de kans is dat anderen geïnfecteerd worden is ook afhankelijk van hoe vaak je iemand hebt gezien, en in welke ruimte dit was. Het risico op tuberculose is veel groter als je bijvoorbeeld dagelijks met iemand hebt gecarpooled, dan wanneer je iemand wel eens tegenkomt bij het boodschappen doen. Daarom zullen in eerste instantie altijd eerst de mensen worden onderzocht die intensief contact hebben gehad met de bron (= de persoon met besmettelijke tuberculose), vaak zijn dit de directe huisgenoten.

3. De gevoeligheid van de contactpersoon voor infecties

Personen met een verminderde afweer voor infecties zoals HIV-geïnfecteerden, personen met bepaalde vormen van kanker, nierpatiënten en personen die bepaalde medicatie gebruiken, zijn gevoeliger voor tuberculose. Dit geldt ook voor kinderen jonger dan vijf jaar. De kans dat deze personen ziek worden na een infectie met de tuberculosebacterie is groter. Deze mensen worden in geval van een contact met een besmettelijke bron met voorrang onderzocht.