Dear visitor

It looks like you want to view this
website in a different language.

Please click here to view this website in English.
icon

 

Op 9 oktober 2003 vierde KNCV Tuberculosefonds haar 100-jarig jubileum. KNCV Tuberculosefonds is opgericht in 1903 als de Nederlandsche Centrale Vereeniging ter bestrijding van tuberculose (NCV), en kreeg in 1953 het predicaat ‘Koninklijk’. KNCV Tuberculosefonds (KNCV) is ontstaan als koepelorganisatie voor de lokaal georganiseerde tbc-verenigingen en –consultatiebureaus.
Sinds de jaren 70 van de vorige eeuw is ook een internationale weg ingeslagen. KNCV heeft de DOTS-bestrijdingsmethode mede ontwikkeld en is vandaag een toonaangevend internationaal kennis- en expertisecentrum voor tbc-bestrijding. Deze rol vervullen wij naast onze functie binnen de Nederlandse tuberculosebestrijding.
Het Nederlands Tuberculose Fonds (NTF), onder andere bekend van de Emmabloem-collecte, ontstond in 1997 uit een fusie tussen stichting De Emmabloem, de SLGTO (Stichting Landelijke Geldinzameling Tuberculosebestrijding Ontwikkelingslanden) en de Sluitzegelactie van KNCV. Het NTF wierf fondsen voor nationale en internationale tuberculosebestrijding. Sinds januari 2003 treden KNCV en het NTF onder één naam naar buiten als KNCV Tuberculosefonds. In 2004 zijn beide organisaties ook juridisch samengegaan.

Honderd jaar geleden

In Nederland stond honderd jaar geleden de tuberculosebestrijding nog in de kinderschoenen. De ontdekking van de tuberkelbacil door de Duitse bacterioloog Robert Koch in 1882 gaf de tuberculosebestrijding inmiddels wel een wetenschappelijke basis. In de paar sanatoria die ons land rijk was kon slechts een klein deel van de patiënten worden verpleegd. Vurige pleitbezorgers van de volkssanatoria in ons land waren H.A. Kooijker en J.J. Homoet. Zij stonden bovendien voor de opgave fondsen te werven die voor de stichting van sanatoria.

Zoektocht naar een goedkopere en effectievere bestrijding

Sanatoriumopname was erop gericht tuberculose in de aanvang van de ziekte te bestrijden. Patiënten in een vergevorderd stadium van longtuberculose werden niet opgenomen, evenmin als patiënten die een ernstig besmettingsgevaar opleverden voor hun naaste omgeving. Opname in een sanatorium was bovendien een kostbare zaak. In de bestrijding van de tuberculose was sanatoriumopname een druppel op een gloeiende plaat. Geen wonder dat er gezocht werd naar een goedkopere en effectievere bestrijdingswijze, waarbij niet alleen de tuberculosepatiënt werd opgespoord, maar ook de mogelijk geïnfecteerden in kaart werden gebracht.

Koch was ervan overtuigd dat de tuberculose kon worden uitgeroeid. Op het internationale tuberculosecongres in Londen (1901) sprak hij: ‘Er zijn velen, die twijfelen aan de mogelijkheid, deze ziekte met goed gevolg te bestrijden, deze ziekte, die reeds duizenden jaren bestaat, en over de geheele wereld verspreid is. Ik ben echter van een geheel ander gevoelen. (…) Indien wij ons voortdurend laten leiden door den waren geest der preventieve geneeskunde, indien wij ons de ervaring uit den strijd tegen andere volksziekten ten nutte maken, en wij er, het eindpunt steeds goed voor oogen houdende en recht op het doel afgaande, naar streven het kwaad bij den wortel aan te tasten, dan kan het niet anders, of de strijd tegen de tuberculose, die met zooveel energie is begonnen, zal tot de overwinning voeren.’

Particulier initiatief gebundeld

In Londen was de wenselijkheid uitgesproken om in verschillende landen landelijke verenigingen op te richten, die de strijd tegen de tuberculose zouden aanvoeren. Aanvankelijk leek het erop dat de Nederlandse regering het voortouw zou nemen, maar toen zij het liet afweten namen drie particuliere organisaties het initiatief. Door de besturen van de sanatoria in Hellendoorn en Hoog-Laren en een plaatselijke Vereeniging tot bestrijding der tuberculose in Rotterdam werd op 27 september 1903 in Den Haag het Nederlandsch Centraal Comité opgericht. Het Comité zocht aansluiting bij de internationale georganiseerde tuberculosebestrijding. Het wilde bovendien de verschillende initiatieven bundelen die al waren en nog zouden worden ontwikkeld om de tuberculose in eigen land te bestrijden. Vanaf 1907 heette het Centraal Comité voortaan de Nederlandsche Centrale Vereeniging (NCV).

Inmiddels is KNCV Tuberculosefonds uitgegroeid tot hét kenniscentrum tegen tuberculose in Nederland. Ook internationaal staan wij zeer hoog aangeschreven. KNCV is de grootste particuliere organisatie voor tuberculosebestrijding ter wereld. Wij werken in meer dan twintig landen, samen met vele organisaties waaronder deWereldgezondheidsorganisatie en de Union (International Union Against Tuberculosis and Lung Disease). Wij zijn medeoprichter en een van de grotere partners binnen het internationale Stop TB Partnership, dat uit ruim 500 leden bestaat. KNCV heeft ook de leiding over de coalitie die het mondiale Challenge TB project van USAID uitvoert.

Ontwikkeling rol in Nederland

KNCV is oprichter van de Commissie Praktische Tuberculosebestrijding (CPT) in 1953. De komst van tbc- antibiotica in de jaren 50 heeft geleid tot nieuwe bestrijdingsinzichten, behandelingsprotocollen en de behoefte tot afstemming tussen de tbc-artsen. KNCV nam in 1953 het initiatief tot de oprichting van de CPT. Nog altijd huisvesten wij het secretariaat van de CPT en coördineren wij de beleidsontwikkeling ten behoeve van de nationale tbc-bestrijding.

Vandaag vervult KNCV Tuberculosefonds een ondersteunende en adviserende rol voor de uitvoerende organen van de tbc-bestrijding in Nederland. De nationale tbc-bestrijding is geleidelijk aan geheel overgedragen door de lokale tbc-verenigingen aan de publieke volksgezondheidssector, de GGD’en. Wij werken nauw samen met het RIVM (Centrum Infectieziektenbestrijding, CIb) dat verantwoordelijk is voor surveillance en richtlijnontwikkeling.

Daarnaast vervult KNCV Tuberculosefonds als kenniscentrum belangrijke taken op het gebied van capaciteitsopbouw en onderzoek.

Lees hier meer: Korte geschiedenis van de organisatie van de tbc-bestrijding in Nederland.

Ontwikkeling internationale rol

De ontwikkeling en erkenning van DOTS:

Historisch gezien heeft KNCV Tuberculosefonds een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de DOTS-strategie. Zo is deze methode ontwikkeld aan de hand van ervaringen door KNCV en de Union, opgedaan in Tanzania en Vietnam sinds de jaren 70 en 80. Dr. Karel Styblo, de grondlegger van de DOTS-bestrijdingsmethode is jarenlang als wetenschappelijk adviseur verbonden geweest aan KNCV Tuberculosefonds. De DOTS-strategie werd door de Wereldgezondheidsorganisatie overgenomen en wereldwijd erkend als de meest kosteneffectieve methode om tuberculose te bestrijden.

Medeoprichter van het STOP TB Partnership:

In 1998 namen de WHO, de Union, Centers for Disease Control, en KNCV Tuberculosefonds het initiatief tot het STOP TB Partnership dat inmiddels is uitgegroeid tot een echt wereldwijd partnership waarin alle betrokken tbc-bestrijdingsorganisaties zich verenigd hebben. KNCV Tuberculosefonds is vertegenwoordigd en actief in nagenoeg alle operationeel-gerichte werkgroepen van het Stop TB Partnership en is nauw betrokken in de agendering van nieuwe onderwerpen.

Amsterdam Declaratie 2000:

In 2000 was Nederland gastland van de internationale tbc-conferentie die uitmondde in de Amsterdam Declaration 2000. Dit betekende een intensivering van de aanpak van tuberculose in internationaal verband. OP de conferentie committeerden de 22 landen met de grootste tbc-problematiek (de zogenoemde ‘high-burden’ landen) zich tot de aanpak van hun tuberculose probleem, na erkenning van de grote rol die tuberculose speelt in het onderhouden van een armoedeval.

De Amsterdam Conferentie betekende dat grote donoren, waaronder USAID, CIDA (Canada), DGIS (Nederland) en DFID (England) hun steun toezegden om de strijd aan te binden met deze dodelijke infectieziekte die jaarlijks nog steeds meer dan een miljoen doden eist. Het leidde ook tot de toevoeging van tuberculose aan de doelen van de Global Fund to fight AIDS, Malaria and Tuberculosis. Tuberculose kreeg hiermee weer de aandacht die het als mondiaal gezondheidsprobleem verdient.

Onder leiderschap van wijlen Minister Els Borst speelde het ministerie van VWS in 2000 een sleutelrol op de conferentie. In haar toespraak wees Minister Borst op het gevaar van verslapping van de aandacht voor tbc-bestrijding:

Het is onze plicht om buiten onze nationale grenzen te kijken en om deze problematiek mondiaal aan te pakken.