Epidemiological Survey in Zambia

In Zambia werd in 2013-2014 een bevolkingsonderzoek gedaan naar tbc-prevalentie, met als wereld primeur een volledige digitalisering van alle onderzoeksgegevens. Pascalina Chanda-Kapata coördineerde het onderzoek vanuit het Ministerie van Volksgezondheid. ‘Innovatief was niet alleen het gebruik van digitale technologie, het was ook het eerste bevolkingsonderzoek naar zowel tbc als hiv infectie prevalentie.’

Een prevalentieonderzoek geldt als een 0-meting, aan de hand waarvan de voortgang en impact van interventies kan worden gevolgd. Daarom wordt zo’n onderzoek als belangrijk hulpmiddel gezien in de beleidsvorming en financiering van tbc-bestrijding. ‘Het proces in Zambia was ambitieus, innovatief en in allerlei opzichten nieuw’, aldus Pascalina Chanda-Kapata. ‘Er waren veel mensen bij betrokken en een belangrijke succesfactor was het uitstekende teamwork. Al doende leerden we.’

Technisch advies

Het was een Zambiaans project, maar zodanig opgezet dat het wereldwijd kan worden toegepast. ‘Vanaf het begin was de Taskforce voor Impact Measurement van de WHO erbij betrokken’, vertelt Pascalina Chanda-Kapata. ‘Die bood technisch advies over het voor – bereidingsproces, de gegevensverzameling in het veld en de gegevensanalyse.’ De Taskforce leverde ook een platform voor de uitwisseling van ervaringen met andere landen. ‘We zijn naar Rwanda en Ghana geweest. Zij waren ook bezig met prevalentieonderzoek en zaten elk in een andere fase. We hebben daarnaast contact gehad met collega’s uit onder andere Ethiopië, Nigeria, Malawi en Soedan.’ Optimale samenwerking ‘KNCV-consulenten op het gebied van epidemiologie en gegevensbeheer waren betrokken bij verschillende fases van het Zambiaanse onderzoek. Zij gedroegen zich meer als teamlid dan afstandelijke adviseur. En ze waren niet bang om hun handen vuil te maken. Dat was precies wat we nodig hadden.’ Ook binnen het overheidssysteem werd maximaal samengewerkt. ‘Zo’n groot project lukt alleen als je gebruik maakt van alles wat al in het systeem zit – ook buiten ons eigen ministerie’, aldus Pascalina Chanda-Kapata. ’ Het Ministerie van Communicatie en Transport zorgde bijvoorbeeld voor transport van de monsters, het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor beveiligingspersoneel en het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het voorbereidende werk. De inzameling van gegevens begon in september 2013 en tegen het einde van juli 2014 werd de laatste cluster onderzocht. Ter plekke werden Personal Digital Assistants met GPS gebruikt voor de telling en gegevensverzameling. Gegevens en monsters werden via streepjescodes op de juiste manier gekoppeld. Het lokale en centrale röntgensysteem maakte gebruik van digitale beeldverwerking en de centrale referentielaboratoria verwerkten de resultaten eveneens digitaal.

Pascalina Chanda-Kapata is trots op de rol van de lokale veldwerkers. Velen moesten hun angst voor gebruik van al deze technologieën overwinnen. ‘We hebben veel energie gestoken in de motivatie van onze teams en hen onderdeel gemaakt van het hele proces. Hierdoor was iedereen echt betrokken bij het project. We zagen dat de veldwerkers elkaar begonnen te helpen. Als iemand het werk niet kon doen, deed een ander teamlid het. Iedereen voelde zich onderdeel van het grote geheel.’

Het prevalentieonderzoek in Zambia was het eerste dat volledig digitaal werd uitgevoerd. Voordelen van een gedigitaliseerd onderzoek zijn onder andere een efficiënte en hoogwaardige gegevensinzameling, tijdige rapportage en verbeterde ict-infrastructuur op verschillende niveaus.