Dear visitor

It looks like you want to view this
website in a different language.

Please click here to view this website in English.
icon

Kennis en innovatie ter bevordering van Global Health

2019 is een belangrijk jaar voor de mondiale gezondheid, ook wel Global Health. In 2019 is Nederland voorzitter van de Global Health Security Agenda (GHSA) en organiseert Nederland vanuit die rol een wereldwijde top over antimicrobiële resistentie (AMR). De start van het nieuwe jaar vormde dan ook een goed moment voor het Clingendael Global Health Initiative om te verkennen hoe het Nederlandse veld vanuit kennis en innovatie de Global Health en de Nederlandse zorg kan versterken. Het potentieel voor kruisbestuiving en samenwerking was overduidelijk.   

In 2017 publiceerde het Clingendael Global Health Initiative – waarvan KNCV Tuberculosefonds een van de medeorganisatoren is – het rapport ‘Why the Netherlands should step up its ambition on global health’. In dat kader werd op 10 januari in Den Haag op het Instituut Clingendael een bijeenkomst georganiseerd. Veertig experts vanuit de wetenschap, het bedrijfsleven en de NGO-sector en vertegenwoordigers uit verschillende ministeries en overheidsinstanties kwamen bij elkaar. Aan de hand van een drietal themagebieden werd duidelijk hoe innovaties in Global Health potentieel bijdragen aan de concrete kwaliteit en betaalbaarheid van de Nederlandse zorg en gezondheid.

eHealth innovaties

Claudi Bockting – hoogleraar klinische psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam – presenteerde verschillende voorbeelden van online interventies die in lage- en middeninkomenslanden (LMIL’s) zijn ontwikkeld om mensen met ernstige psychische aandoeningen te ondersteunen. Bijvoorbeeld het project ‘Act and Feel’ uit Indonesië, een online interventieprogramma voor mensen met een depressie. De interventies zijn gericht op het activeren van patiënten, via online cartoons en ondersteuning door niet-gespecialiseerde hulpverleners, die op hun beurt weer ondersteund worden door experts op afstand. Zulke eHealth innovaties uit LMIL’s zijn vaak mogelijk omdat er in deze landen geen specifiek beleid of specialistische zorg aanwezig is. Dit geeft een bepaalde vrijheid om nieuwe technologieën te ontwikkelen en te testen. Een aantal van deze innovaties wordt ook al toegepast in de geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

Vooruitgang door samenwerking

Een belangrijke kanttekening die tijdens de bijeenkomst werd geplaatst, is wel dat ‘one size fits all’ niet altijd opgaat. Wat werkt in Indonesië werkt niet altijd in Nederland; andersom kunnen innovaties uit hoge inkomenslanden niet altijd in de zorgstelsels van LMIL’s worden toegepast. Het is een van de uitdagingen waar zelfs een groot bedrijf als Philips tegenaan loopt. Global Health is een opkomende markt, maar een met veel belemmeringen, zowel voor groot- als kleinbedrijf. Zo hebben veel overheden van LMIL’s onvoldoende kennis over ICT-mogelijkheden in de zorg. “Daarnaast bestaat er ook bij grote internationale organisaties onbegrip over technologie. Hierdoor zijn er weinig projecten waarin technologie een integraal onderdeel van de oplossingen vormt”, aldus Ties Kroezen, Business Development Manager bij Philips.

Zulke drempels kunnen alleen worden weggenomen door samenwerking. Een door de VN opgezet platform waarin bedrijfsleven, overheden, wetenschap en maatschappelijk middenveld actief zijn, werpt nu zijn vruchten af bij de ontwikkeling van eerstelijnszorg toegesneden op de specifieke situaties van lage inkomenslanden. Kroezen: “Ook Philips kan binnen Global Health alleen maar de weg vinden door samenwerking.”

Aanpak antimicrobiële resistentie

De samenwerking tussen overheden, NGO’s, de wetenschap en het bedrijfsleven is ook van groot belang om het mondiale probleem van AMR aan te pakken. Dit werd tijdens de bijeenkomst door alle experts beaamd. Constance Schultsz, hoogleraar Global Health aan de Universiteit van Amsterdam, pleitte dat er veel meer moet gebeuren rondom AMR-preventie in LMIL’s. Resistentie is een blijvend fenomeen en daar kunnen we alleen succesvol tegen optreden door mondiale samenwerking in de omgang met antibiotica. In Nederland – met een relatief terughoudend antibioticabeleid – lijkt AMR ver weg, maar in Azië en Afrika leidt het in toenemende mate tot een groeiend gezondheidsprobleem. Dit heeft ook zijn weerslag op de Nederlandse zorg en gezondheid.

De weerbaarheid van gezondheidssystemen in ontwikkelingslanden vergroten en AMR inperken, is voor veel organisaties en overheden eveneens een belangrijk speerpunt. Zo onderstrepen onder meer de GHSA, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Nederlandse Ministerie van Volksgezondheid (VWS) het belang hiervan. Nederlandse NGO’s en de wetenschap hebben de juiste ervaring om hiervoor in te zetten. Via een regelmatige kennisuitwisseling en door internationaal dezelfde boodschap uit te dragen, kunnen de Nederlandse overheid, de wetenschap en het maatschappelijk middenveld elkaar versterken en bijdragen aan de internationale aanpak van AMR.

Conclusie

De conclusie van de bijeenkomst luidde dan ook dat er een groot potentieel is voor kruisbestuiving tussen innovaties in Global Health en de Nederlandse zorg. Van eHealth innovaties ontwikkeld in lage- en middeninkomenslanden die ook in Nederland kunnen worden toegepast, tot de potentie voor een nauwere afstemming in de aanpak van AMR. In de publiek-private sector liggen in opkomende markten kansen voor Nederlandse bedrijven die openstaan voor samenwerking. Voor Nederland als innovatieland is met een verdere inbedding van Global Health in ons zorg- en innovatiebeleid bovendien een hoop te winnen; voor de weerbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg hier en elders.